Oorkonde van Dirksland





21 februari 1276, Graaf Floris V van Holland vaardigt een oorkonde uit waarin hij heer Albert van Voorne in plaats van de 200 pond Hollands die hij hem schuldig was, het gorzengebied Dirksland ten zuiden van de Sonnemare geeft, onder voorbehoud van het recht van nakoop tot 17 september 1276.
Dit gebied was eens in het bezit van heer Hugo van Zierikzee, ridder, diens broer Jan en de zonen van Diederik van Zierikzee.

Het onderstaande is een in de 18de eeuw vervaardigde vertaling van een afschrift van de in het Latijn opgestelde oorkonde. Het originele stuk is verloren gegaan.
De tekst is overgenomen uit:
Beschrijving van de stad Briele, en den Lande van Voorn / door: K. van Alkemade & Mr. P. van der Schelling / uitgegeven door: Philippus Losel, Rotterdam, 1729



  Floris Graaf van Holland, allen, die deze tegenwoordige zullen zien, Heil. Aan allen zy bekend, dat wy aan Heer Aalbert van Voorn, onzen gelievden en getrouwen, gegeven hebben voor tweehonderd Hollandse ponden, die wy hem schuldig zyn, zeker zout Land, genaamd Dideriksland; gelegen ten zuiden van het water, genaamd Sonnemare, 't welk eertyds het land is geweest van Heer Hugo van Zierikzee, Ridder, van Johannes zynen broeder, en van de zonen van Diderik van Zirikzee; zoo dat wy het voorn. land lossen konnen voor de voorn. 200 ponden, voor St. Lambertsdag naast komenden en aanstaanden, mits wy dezelve ponden doen leveren aan den Heer van Voorn. Dog zoo wy het zelve voor den voorn. St. Lambertsdag niet zullen hebben gedaan, zoo zal, van dien tyd af aan, de voors. Heer van Voorn het meergemelde land tot zyn eige gebruik eigenen, en met titel van eigendom bezitten. Te welks oorkonde wy dit tegenwoordig schrift met ons Zegel hebben doen bekragtigen. Geschreven op de zesde Ferie na Asdag, in 't jaar des Heeren MCCLXXV.