Het Achterdorp rond 1938  
 


De onderstaande tekst is gemaakt door Piet van Dongen en Leen Labeur



Eerder heette het Paardenmarkt straat, dat was ook een betere naam, want ieder jaar op de 1ste donderdag in juni werd er Paardenmarkt gehouden. Het was dan groot feest op het dorp, de winter zat er op en voor het grote zomerwerk op het land begon, werden de paarden verhandeld, maar ook gereedschap en machines werden aangeboden.
Het was een feestdag voor jong en oud. In de straat werden dikke palen gezet met zware touwen, waar de paarden aan vast gebonden werden met de konten naar één kant. De volgende dag kwam de karreman om de stront op te ruimen en de brandweer spoot de straat weer schoon. De stoepjes werden weer geschrobd, het koper gepoetst en zo gingen ze weer verder. Het Achterdorp glom als nooit te voren.
Op zaterdagavond liepen de meisjes de ene kant op en de jongens in tegengestelde richting rondjes over Achterdorp-Winterstraat-Voorstraat–Zomerstraat en sjansden wat met elkaar of probeerden dat. Als je wat geld had haalde je een ijsje bij Sijtsema of olieneuten bij Gestel.
Als de jongelui naar huis waren werd het dorp weer geveegd, want op zondag moest het schoon zijn. Als ze naar de kerk gingen deden enkele vrouwen hun keuvel op, o.a tante Jannetje van Dongen en vrouw Gestel.

Wie woonden er:

No.1. Op de hoek van de Kattewacht was A.J. van Dongen. Arjantje zoals hij genoemd werd, had een bode dienst en voor zover ik weet heeft hij ook met de diligence gereden. Achter het huis was de schuur waar paarden en wagens werden opgeslagen met daar achter de mispit. In de tijd waar het hierover gaat, had Piet AJ.zn. personenwagens en een vrachtwagen en Gijs een paar vrachtwagens, o.a. een Fargo, verder waren er Bas, Gijs z'n tweelingbroer en zuster Co.

No.3. De wagenmakerij van Hof, hier was het altijd een drukte want Hof had veel werk om de oude koetsjes en Flakkeesse landbouw wagens te onderhouden. Hier gebeurde echt hand werk en zo nu en dan hoorde je de lintzaag zingend door het hout gaan en door schaven en boren kwam er weer een stuk werk klaar dat gezien mocht worden. Hof had twee zonen, Han en Jan.

No.5. Toen no. 118, het ouderlijkhuis van de van Dongens. Tot 1938 heeft J.M. van Dongen hier gewoond, deze was hier evenals zijn twintig broers en zussen geboren. Van oorsprong was het de schilders winkel van P. van Dongen Sr. die ook wat land had.
De verf werd hier nog gemengd, de verschillende kleuren en oliën en de verfmolen stonden er in die tijd nog in en soms mengde mijn vader J.M. van Dongen er nog wel verf. Hij had een handel in landbouw machines op den Achterweg (nu Nieuwstraat). Tot 1938 hebben wij er gewoond, met in huis de onderwijzeres van de Openbare school, juffrouw Nel Ingeneegen. Achter was een grote tuin en daar hebben wij, Leen Labeur, Henk Braber en ik veel gespeeld.

No.7. Basje Oorbeek zijn sigarenzaak. Hier waren Piet en Jannie. De winkel was een pijpenla, maar een erg gezellig winkeltje, waar achterin in de winter een kolen kacheltje gestookt werd om de sigaren droog te houden. Op de toonbank stond een aansteker, een hele mooie die je hoger en lager kon draaien en op het gas van de gasfabriek brandde, om de sigaar aan te steken die soms per stuk verkocht werd.
De verlichting was toen ook hier gas, net als overal uit de eigen gasfabriek van Dirksland. 's Avonds kwam de gemeentebode Piet Hof op z’n fiets de lantaarns aansteken.

No.9. "Tante Sijke" die had een winkel en verkocht van alles zoals; speelgoed, kerstballen, servies, schrijfwaren, enz.
Grevelstuk zelf was schilder, maar tante Sijke deed de zaak. Met Sinterklaas was er een mooie etalage waar dingen in stonden die we aan Sinterklaas vroegen. In de etalage en in de winkel was gaslicht, wat ze hoog zette als ze je 's avonds in de winkel kwam helpen en weer laag draaide als ze naar achter slofte.

No.11. Juf. Heijermans was hoofd van de kleuterschool geweest, zij woonde alleen en was niet meer actief als juffrouw op het schooltje. Later woonde hier H. de Ruiter.

No.13. De kleuterschool met juffrouw Jaanje (Vijfhuizen) en juffrouw Marie (de Ruiter).

No.15. Fa. Wilkens, deze was palingvisser, of er kinderen waren weet ik niet.

No.17. De "ellegoedwinkel" van Bernhard Haagens. Er waren twee dochters, Clara en Sara. Vader en moeder zijn op 4 juni 1943 in Sobibor en Sara op 28 mei 1943 ook in Sobibor door de Duitsers om het leven gebracht. Clara heeft de oorlog overleefd en is getrouwde met D. Vroegindeweij.

No.19. Bakkerij Sijtsema met zoon Hotse en dochter Jo, in de zomer verkochten ze schepijs, van wel 2 cent en in de winter wafels met slagroom, echt lekker spul. Voor de Dirkslandse lekkerbekken was er nog veel meer lekkers te halen.

No.21. De Coöp. Verbruikers winkel en ook stoffen (lapjes) met bedrijfsleider van Putten. Hier kon je Ha-Ka voordeel krijgen. Door de kassa bonnen te sparen, kon je eens per jaar dividend krijgen.
Leen Labeur dacht dat Ome Dirk Poortvliet, Jaap de Bonte en L. van der Wekke de oprichters geweest zijn (helemaal zeker is hij er niet van).


We steken over en lopen even terug naar de Ring, waar we in de winter op konden schaatsen als Piet van Ek de balken onder het ijs had gelegd, dan was het sterk genoeg.


No.2. We beginnen maar bij Gestel, die op het hoekje woonde van het Achterdorp en de Zomerstraat. Ze waren met z'n vieren, ze hadden twee dochters, Nellie en Aat, die bleef in de winkel.
De winkel was een comestibles winkel met drogisterij, de winkel werd gedaan door vrouw Gestel, ze had ook nog een werkster. De winkel was van 's ochtends tot 's avond laat open en veel werd er los verkocht, zoals suiker, zout en peulvruchten, vaak in een puntzak.
Jil Gestel was timmerman met de werkplaats naast het woonhuis. Hij maakte ook lijkkisten en als hij daar mee bezig was werden ze vaak gebeitst of gelakt, je kon ruiken als hij weer bezig was. Van Gestel kreeg je latjes als je een vlieger wilde maken, of als er oorlog was tussen de Openbare- en de Christelijke school, kon je er hout halen om zwaarden te maken. Op de ring vochten we het dan uit, maar 's middags speelden we weer met elkaar.

No.4. Hier had Gestel zijn hout opslag, dit is later omgebouwd tot dag winkel en er werd groente en fruit verkocht door J. v.d.Groef en Teun Koppelman.

No.6. Dan was er de Paardenstal, veel weet ik er niet meer van, alleen dat mijn vader en moeder met een paar zusters uit het ziekenhuis met de arrenslee gingen rijden met een geleend paard.
Fam. van Nieuwenhuizen (Annemietje) was de laatste gebruiker van de paardenstal. Hij werd afgebroken en Daan Vijfhuizen bouwde hem rond 1938 opnieuw op en kreeg er zijn smederij.

No.10. Was toen slachter Van Zuuren met Teusje die in de rolstoel zat, ze was mongoloïde. Haar zuster Jans had aan een pad dat naar achterliep de modevakschool. Hier was ook de slachterij waar we gingen kijken als er weer een beest geslacht werd.
Met Pasen was er dan een Paas-os die trots over het dorp rond geleid werd, om te laten zien wat voor mooi beest aan de haak ging.

No.12. Witvliet is in die tijd gestorven. Witvliet was kolenbezorger bij de Kolenbond. Er waren veel kinderen, Kees, Leen, Bram, Dien, Marie, Jannie, Lena, André. André is in de Meidagen van 1940 omgekomen als militair. Eén van de jongens, ik meen Piet, was gehandicapt.

No.14. Hier bouwde David Gestel de slagerij voor zijn zuster Grietje die met Klomp de slager getrouwd was. Na een 1/2 jaar is Klomp overleden. Later is Kaslander er als slager ingekomen met Wim als zoon.

No.16. Van Ast met twee dochters, Dina en Noortje, ze waren erg terug getrokken. Er was veel ziekte.

No.18. Vrouw Labeur woonde daar weer naast, Leen zijn vader was in 1933 gestorven, Labeur was landbouwer.
Zij hadden een achteruitgang naar den Achterweg (de Nieuwstraat) dat was makkelijk want dan hoefde ik niet door de voordeur als ik ging spelen.

No.20. De snoepwinkel van Schilpenoord, er waren twee jongens en één meisje, deze is later kapster geworden.

En op het hoekje van de Winterstraat de sigarenzaak van Jan Poortvliet. Hier stond het altijd vol met pratende en rokende mannen. Jan Poortvliet had een handel in zakken voor uien en aardappels in het Spui.

Wij hebben er heel wat afgespeeld, onze ouders hebben er goede en slechte tijden gehad, het waren de crisis jaren, maar als je het ze kon vragen zou niemand het Achterdorp hebben willen missen.
Nu weten jullie ongeveer hoe het Achterdorp was rond 1935-1938. Maar wees voorzichtig, het is zoals wij het ons hebben herinnerd, misschien zelfs niet helemaal correct, het is ook al zowat 70 jaren geleden.


Door twee oude vrienden, Leen Labeur en Piet van Dongen JM.zn.